Het UBO-register is niet meer openbaar. Maar je Wwft-verplichtingen als accountant? Die zijn er niet minder op geworden. Sterker nog: sinds de terugmeldplicht weer actief is en het BFT boetes oplegt voor onvolledig cliëntenonderzoek, is UBO-verificatie juist urgenter geworden.
Dit is wat je écht moet weten — en doen.
Wat veranderde er?
In november 2022 oordeelde het EU Hof van Justitie dat publieke toegang tot het UBO-register in strijd is met het recht op privacy. Het register ging direct dicht voor publiek.
In februari 2025 nam de Tweede Kamer de Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers aan. Het register is nu alleen toegankelijk voor:
- Bevoegde autoriteiten (politie, FIOD, belastingdienst)
- Wwft-instellingen zoals accountants — via toegangsniveau 1
- Partijen met een legitiem belang (journalisten, maatschappelijke organisaties)
Digitale toegang via eHerkenning en een UBO-API wordt verwacht in Q2 2026. Tot die tijd moet je als accountant een gewaarmerkt uittreksel opvragen via de klant — die het aanvraagt bij KvK met DigiD.
Wat je wettelijk moet doen
De Wwft is duidelijk over UBO-verificatie. Dit zijn de kernartikelen:
Artikel 3 lid 2 sub b Wwft — Je moet de UBO identificeren én verifiëren. Niet op basis van één bron, maar afgestemd op het risicoprofiel van de cliënt.
Artikel 3 lid 15 Wwft — Je mag je cliëntenonderzoek niet uitsluitend baseren op het handelsregister of UBO-register. Eigen onderzoek is altijd vereist.
Artikel 10c Wwft — Als je informatie vindt die afwijkt van wat in het UBO-register staat, ben je sinds 1 oktober 2024 verplicht dit te melden bij de KvK.
Dat laatste is nieuw voor veel kantoren. Het BFT heeft aangegeven hier actief op toe te zien.
De checklist: wat je écht moet controleren
Alleen het UBO-register raadplegen is dus niet genoeg. Dit zijn de bronnen die je nodig hebt:
1. Gewaarmerkt UBO-uittreksel
Vraag dit op bij de start van elke zakelijke relatie (artikel 4 lid 2 Wwft). Je klant vraagt het aan bij KvK met DigiD. Controleer: staan alle UBO's geregistreerd? Kloppen de percentages?
2. Statuten en akte van oprichting
Wie bezit welk percentage aandelen? Zijn er bijzondere stemrechtafspraken? Dit is de enige manier om te verifiëren of de UBO-registratie klopt.
3. Aandeelhoudersregister
Controleer of het register up-to-date is. Bij een BV is het bestuur verplicht dit bij te houden. Vergelijk met het UBO-register — komen de namen en percentages overeen?
4. Aandeelhoudersovereenkomsten
Soms zijn er afspraken die niet in de statuten staan: economisch belang via certificering, stemovereenkomsten, of call/put-opties. Deze kunnen de werkelijke UBO anders maken dan wat op papier staat.
5. Organogram bij complexe structuren
Bij holdings, tussenholdings en buitenlandse moedermaatschappijen: teken de structuur uit. Volg de keten van belangen tot je bij een natuurlijk persoon uitkomt. Geen natuurlijk persoon met meer dan 25%? Dan is het statutair bestuur de pseudo-UBO — maar pas nadat je alle andere mogelijkheden hebt uitgeput.
6. Vergelijk en documenteer
Leg vast: welke bronnen je raadpleegde, wanneer, wat het resultaat was, en welke conclusie je trok. Bij een BFT-controle is dit je bewijs dat je het onderzoek hebt gedaan.
De 5 fouten die het BFT het vaakst ziet
Op basis van BFT-sancties en analyse van veelgemaakte Wwft-fouten:
1. Alleen op het UBO-register vertrouwen Artikel 3 lid 15 Wwft verbiedt dit. Toch doen veel kantoren het. Het register bevat wat de klant zelf heeft opgegeven — dat is niet per definitie juist.
2. Pseudo-UBO te snel invullen "We konden de UBO niet vinden, dus hebben we het bestuur ingevuld." Dat mag alleen als alle middelen zijn uitgeput. Heb je de statuten bekeken? Het aandeelhoudersregister? Doorgevraagd bij de klant?
3. Geen periodieke hercontrole UBO-informatie verandert. Aandelenoverdracht, bestuurswisselingen, nieuwe holdingstructuren. Bij hoog-risico cliënten is jaarlijkse hercontrole het minimum.
4. Discrepanties niet melden Sinds oktober 2024 is de terugmeldplicht weer actief. Zie je een verschil tussen je eigen bevindingen en het UBO-register? Melden bij KvK. Vraag eerst autorisatie aan als je dat nog niet hebt gedaan.
5. Wel gedaan, niet gedocumenteerd De nummer-één reden voor boetes. Je hebt het onderzoek misschien wel gedaan, maar als het niet in het dossier staat, heeft de toezichthouder geen bewijs. In 2025 kreeg een kantoor een boete van €9.907 mede doordat monitoring en verscherpt cliëntenonderzoek niet aantoonbaar waren uitgevoerd.
Wat het kost als je het niet doet
Boetes voor UBO-gerelateerde overtredingen lopen uiteen. Een overzicht:
- Onvoldoende cliëntenonderzoek: boetes van €1.385 tot €133.559 — afhankelijk van ernst en omzet
- Niet-registratie UBO: sinds 1 januari 2026 kan DFEI boetes opleggen tot €27.500 per overtreding
Maar de werkelijke kosten zitten niet in de boete. Ze zitten in de reputatieschade. Het BFT publiceert alle sancties met bedrijfsnaam en KvK-nummer. Lees ook ons artikel over wat je doet als je een Wwft-boete ontvangt.
Hoe BedrijfsCheck helpt
Een deel van je UBO-verificatie kun je automatiseren. BedrijfsCheck combineert KvK-data, insolventieregister en BTW-validatie in één rapport. Geen vervanging voor het lezen van statuten — maar wel een snelle eerste check die je tijd bespaart bij de onboarding.
Het gewaarmerkt UBO-uittreksel blijft iets dat je klant zelf moet aanvragen. Maar de rest — KvK-gegevens, bestuurders, faillissementscheck, BTW-validatie — kun je in twee minuten opvragen via een bedrijfscheck.
Lees ook: Wwft cliëntenonderzoek voor accountants: efficiënter in 2026 voor het complete overzicht van verplichte checks.
Samenvatting
Het UBO-register is niet meer openbaar, maar je verplichtingen als accountant zijn onveranderd. Controleer altijd meerdere bronnen, documenteer alles, en meld discrepanties bij KvK. De accountants die hierin investeren, voorkomen niet alleen boetes — ze beschermen hun kantoor.
Wil je je cliëntenonderzoek versnellen? Bekijk BedrijfsCheck voor accountants → en doe een gratis proefcheck.



